• Prins Bisschopsingel 25
  • Prins Bisschopsingel 25

Prins Bisschopsingel 25

HIER WOONDE
META SÜSKIND
GEB. 1888
VERMOORD 3.8.1943
AUSCHWITZ
 
HIER WOONDE
LILLI WIJNGAARD-SÜSKIND
GEB. 1888
VERMOORD 3.8.1943
AUSCHWITZ

Lilli Wijngaard-Süskind (Oberdollendorf, 11/5/1888 – Auschwitz ?/8/1943)
Lilli Süskind vormt met haar zusje Meta een tweeling. Ze hebben nog drie broers en drie zussen. Lilli leert tijdens een vakantie Emile Wijngaard kennen. Hij is hoofdboekhouder bij een macaroni- en vermicellifabriek in Maastricht en hij bekleedt een hoge functie bij het Maastrichtse Rode Kruis. Ze trouwen, gaan in Maastricht wonen en krijgen twee zonen en een dochter.
De twee zonen emigreren begin jaren dertig naar Argentinië. Vanwege het vijandige klimaat tegen joden in Duitsland, trekt Meta in 1939 in bij Lilli en haar gezin. Lilli en Meta proberen visa te krijgen voor Argentinië, maar slagen daar niet in. Dan dienen de eerste deportaties van Maastrichtse Joden zich aan in augustus 1942. Lilli, Emile en hun dochter plannen een vlucht naar Zwitserland. Al snel stranden Lilli en haar dochter in Belgie waar Lilli in juni 1943 op een onderduikadres wordt gearresteerd. Ook Meta wordt er gearresteerd. Lilli’s dochter weet te ontsnappen.
Vanuit het Belgische doorgangskamp stuurt Lilli op 7 augustus 1943 nog een briefje: “Nichts mehr abschicken, lebt Alle wohl, hoffen auf erneurtes Wiedersehen.” Van dat weerzien komt het niet. Al kort daarna wordt ze op transport gezet naar Auschwitz, waar ze bij aankomst wordt vermoord. Meta treft hetzelfde lot. Lilli’s man en kinderen overleven de oorlog.

Meta Süskind (Oberdollendorf, 11/5/88 – Auschwitz ?/8/1943)
De Süskinds ervaren aan den lijve waar de Jodenhaat toe leidt in nazi-Duitsland. Meta’s broer Paul vindt het uitzichtloos en berooft zich in 1938 van het leven. Hij is dan 48 jaar oud. En Meta vlucht in 1939 naar tweelingzus Lilli en haar gezin in Maastricht. In augustus 1942 staat Meta net als veel andere joodse inwoners, op de lijst voor een transport naar Westerbork. Maar dankzij een ziekenhuisopname hoeft ze niet mee. Of ze echt wat mankeert, is onduidelijk. Voordat een tweede oproep tot deportatie volgt, duikt ze onder. Eerst in Amsterdam, daarna in Utrecht en later in België waar ze zich voegt bij haar ondergedoken zus Lilli en nichtje. Bij een inval in op het onderduikadres wordt ze gearresteerd. Ze wordt onder mensonterende omstandigheden opgesloten in de barakken van de eeuwenoude kazerne Dossin die als doorgangskamp functioneerde. Van hier uit wordt ze waarschijnlijk kort na 7 augustus 1943 op transport gezet naar Auschwitz. Naar alle waarschijnlijkheid is ze direct na aankomst vergast.