• Bergerstraat 2-4 (vroeger 59)
  • Bergerstraat 2-4 (vroeger 59)

Bergerstraat 2-4 (vroeger 59)

HIER WOONDE
HÉLÈNE SCHOENMAECKERS
GEB. 1894
BEZWEKEN 11.7.1945
SANKT GALLEN
 
HIER WOONDE
PAUL SCHOENMAECKERS
GEB. 1886
VERMOORD 21.4.1945
OBERNITZ

Hélène Schoenmaeckers (Rekem, 3/7/1894 – Sankt Gallen, 11/7/1945)

De ongehuwde verpleegster Hélène Schoenmaeckers raakt tijdens de bezetting betrokken bij de verzetsgroep Erkens, waarbij ook de Eijsdense graaf De Liedekerke (gefusilleerd op 9 oktober 1943) betrokken is. Deze verzetsgroep is onder meer gespecialiseerd in het over de grens smokkelen van ontsnapte Belgische en Franse krijgsgevangenen en geallieerde piloten.
Samen met haar zus Adèle wordt Hélène op 5 november 1942 na verraad gearresteerd. De Sicherheitsdienst laat Adèle de volgende dag al vrij en zij overleeft. Hélène wordt gevangengehouden eerst in Maastricht en later in Haaren, Scheveningen en Utrecht. Vervolgens wordt zij gedeporteerd naar de concentratiekampen Ravensbrück en Mauthausen. Als een van de weinigen overleeft ze alle gruwelijkheden. Tweeënhalf jaar ontberingen eisen uiteindelijk toch hun tol. Op 11 juli 1945 overlijdt ze in een herstellingsoord in het Zwitserse Sankt-Gallen, geknakt door alle gruwelen. Hélène is dan 51 jaar.
 

Paul Schoenmaeckers (Amby, 21/9/1886 – Obernitz, 21/4/1945)

Paul is de broer van Hélène, zijn verzetsnaam is Jean. Hij trouwt de Belgische Yvonette. Samen gaan ze in Rekem wonen en krijgen ze drie zoons en twee dochters. Vanuit die plaats helpen Paul en zijn zoons samen met zijn zussen Hélène en Adèle krijgsgevangenen en piloten over de grens te smokkelen. Vaak wordt gepoogd de mensen via Brussel richting Londen of elders te helpen. Paul heeft Joden in België bij Rekem laten onderduiken waarbij zijn zus Hélène heeft geholpen bij het passeren van de Nederlands-Belgische grens.
Infiltratie van een verrader wordt Paul noodlottig. Hij en zijn jongste zoon Michel worden op 23 november 1943 opgepakt. Zijn andere zoon weet te ontsnappen. Paul overlijdt tijdens een tocht tussen twee kampen in de buurt van het Tsjechische Obernitz. “Een edel en ridderlijk mensch” wordt hij op het bidprentje genoemd.