• Wethouder van Caldenborghlaan 74
  • Wethouder van Caldenborghlaan 74

Wethouder van Caldenborghlaan 74

HIER WOONDE
ARNOLD SANDHAUS
GEB.1900
VERMOORD 3.3.1945
EXTERN KOMMANDO
EBENSEE
 
HIER WOONDE
ILSE GAPPE
GEB.1924
VERMOORD 31.8.1942
AUSCHWITZ

Arnold Sandhaus (Przemysl, 15/11/1900 – Ebensee, 3/3/1945)

De koopman Arnold Sandhaus en zijn vrouw Johanna verlaten Berlijn al in 1933. In Maastricht begint hij een hoedenfabriek in de voormalige school in het oude gedeelte van Sint-Pieter. Later werken hij en zijn personeelsleden in het voormalige Joodse hotel Wilhelmina aan de Wilhelminasingel.
Het runnen van een bedrijf wordt hem in de loop van de bezetting onmogelijk gemaakt. In mei 1943 duiken Arnold en Johanna uiteindelijk onder bij het gereformeerde echtpaar Derk en Berendje van Assen aan de Cannerweg. Daar komen in juli van dat jaar SD’ers aan de deur. Ze verdenken de Van Assens van strafbare feiten met distributiebonnen. De onderduikers zijn een toevallige bijvangst.
Het echtpaar Sandhaus wordt na verloop van tijd naar Westerbork gebracht. Daar wordt het echtpaar gescheiden, Arnold gaat naar het Oranjehotel in Scheveningen en Johanna naar een van de concentratiekampen in Duitsland. Johanna overleeft Neustadt-Glewe, een buitenkamp van Ravensbrück. Ze keer eind juni 1945 terug in Maastricht. Haar man komt niet meer terug. Hij maakt ontstellend lange dagen bij het graven van tunnels in een berg voor een ondergrondse wapenfabriek in Ebensee, een Aussenlagervan Mauthausen. Daar wordt hij op 3 maart 1945 vermoord.    
 

 
Ilse Gappe (Breslau, 26/9/1924 – Auschwitz, 31/8/1942)

Koopman Max Gappe wordt tijdens de Reichskristallnacht in 1938 gearresteerd en komt terecht in het concentratiekamp Buchenwald. Begin 1939 laten de nazi’s hem vrij. Uit veiligheidsoverwegingen heeft zijn vrouw Adele dan al hun twee dochters Ilse en Ruth naar Maastricht gestuurd, naar haar zus Johanna en haar zwager Arnold Sandhaus.
Tijdens het voorjaar van 1941 eist de bezetter dat alle Duitse, joodse kinderen onder de 15 jaar in Nederland terug moeten gaan naar Duitsland. Ruth hoort daarbij, maar Ilse mag blijven.
Uiteindelijk ontkomt Ilse niet aan de gruweldaden van de nazi’s. Ze wordt alsnog gedeporteerd vanuit Maastricht op 25 augustus 1942. Dan gaat het snel. Binnen zes dagen gaat ze van Westerbork naar Auschwitz, waar ze meteen naar aankomst wordt vermoord.
Ilse werd zestien jaar oud.